afspraken 1 t/m 33
afspraak 1

afspraak 2

afspraak 3

afspraak 4

afspraak 5

afspraak 6

afspraak 7

afspraak 8

afspraak 9

afspraak 10

afspraak 11

afspraak 12

afspraak 13

afspraak 14

afspraak 15

afspraak 16

afspraak 17

afspraak 18

afspraak 19

afspraak 20

afspraak 21

afspraak 22

afspraak 23

afspraak 24

afspraak 25

afspraak 26

afspraak 27

afspraak 28

afspraak 29

afspraak 30

afspraak 31

afspraak 32

afspraak 33

afspraak 34

afspraak 35

afspraak 36

afspraak 37

afspraak 1 schrijf wat je hoort

• bergtop
• de bloemkoolplant
• de duikbril
• de kermiskraam
• de koolmees
• het kruispunt
• de marktkoopman
• de omslagdoek
• de puntmuts
• de sportkrant
• de spuitbusdop
• het stembiljet
• de storm
• de wesp
• de worst

afspraak 2 net als veer, deur, oor eer
• leert
• de meneer
• de smeerpoets
• smeer(t)
• het verkeer
• de weerkaart

eur
• de beurt
• het deurslot
• de geur
• de kleur
• de kleurstift
• de monteur
• speuren

oor
• de geboorte
• de schoorsteen
• de spoorweg
• stoor(t)
• de voorkant

afspraak 3 net als maai, kooi, roei

aai
• draai(t)
• kraait
• het lawaai
• de naaidoos
• waait
• zwaai(t)

ooi
• de fooi
• de hooiberg
• de kooi
• mooi(e)
• nooit
• de prooi

oei
• bloei(t)
• groei(t)
• knoei(t)
• de moeite
• de roeiboot
• snoei(t)
• sproei(t)

afspraak 4 net als school

• geschreven
• de schaal
• de schaats
• de schaatsers
• de scheerzeep
• het schrijfschrift
• de schroef
• schuilen
• de schurk

afspraak 5 net als ring, bank

ng
• de hengel
• de ingang
• de jongen
• de kring
• langs
• springen
• de sprong
• de stang

nk
• dankbaar
• donker
• de duikplank
• flink
• links
• ronken
• de vonk
• de winkel

afspraak 6 net als leeuw, nieuw

eeuw
• de eeuw(en)
• geeuwen
• geschreeuw
• de leeuw(en)
• schreeuwen
• de sneeuw
• de sneeuwpop
• de spreeuw(en)

ieuw
• de kieuw(en)
• nieuw(e)
• de nieuwjaarskaart
• nieuws
• de nieuwsdienst
• nieuwsgierig

afspraak 7 net als maaien, kooien roeien

aaien
• draaien
• haaien
• kraaien
• maaien
• zwaaien

ooien
• gooien
• kooien
• prooien
• strooien
• vlooien

oeien
• bemoeien
• gloeiende
• groeien
• knoeien
• sproeien
• stoeien

afspraak 8 net als gesprek, begin, verhaal

ge
• het gebouw
• gekregen]
• gemaakt
• genoeg
• het gesprek
• het gevaar


ge
• begint
• het beleg
• het beschuit
• gespreken
• betaal(t)
• het bevel

ver
• veranderen
• de versgissing
• de verjaardag
• het verkeer
• het verslag
• vertellen

afspraak 9 weetwoord de kip en het ei

groep 5:
• allebei
• de arbeider
• bereiken
• eigenlijk
• het geheim
• heilig
• de kapitein
• het karwei
• de pleister
• de reiger
• de reiziger
• het sein
• veilig
• weigeren
• weinig

groep 6:

• de afleiding
• allerlei
• de beitel
• breien
• de dweil
• eindelijk
• de fontein
• geleidelijk
• de inleiding
• oneindig
• de scheidsrechter
• treiteren

afspraak 10 weetwoord blauw

groep 5:
• het applaus
• grauw
• nauw
• de rauwkost
• het restaurant
• de wenkbrauw

afspraak 11 weetwoord voet

groep 5:
• de avond
• het bevel
• het gevoel
• de heuvel
• november
• de rivier
• de snavel
• stevig
• de vaart
• veertig
• vijftig
• de vijver
• de viool
• de visite
• de vorm
• de vrede
• de vreugde
• vrolijk
• het zilver

groep 6:
• de advertentie
• het avontuur
• de belevenis
• de gevangenis
• hevig
• de lieveling
• proeven
• de revolver
• het servies
• tevreden
• het varken
• het venster
• de video
• de vlinder
• voldoende
• de vulkaan
• zuiver

afspraak 12 weetwoord zon

groep 5:
• zacht
• het zadel
• de zakdoek
• de/het zegel
• zeldzaam
• de zenuw
• zestien
• zestig
• zeuren
• de zigeuner
• het zilver
• zinken
• de zolder
• de zonde
• zover
• zuchten
• het zuiden
• de zwaluw
• de zweep
• de zweer

groep 6:
• de bezem
• bezeren
• bezet
• dezelfde
• gezellig
• de kiezelsteen
• treuzelen
• de verzekering
• de zijstraat
• zindelijk
• zorgvuldig
• de zwager

afspraak 13 weetwoord touw

groep 5:
• eenvoudig
• de inhoud
• de juffrouw
• de landbouw
• het meervoud
• het oerwoud
• onthouden
• ouderwets
• de penhouder
• sjouwen
• uithouden
• vouwen
groep 6:
• behouden
• betrouwbaar
• het enkelvoud
• de houding
• onophoudelijk
• de rouwkaart
• de schouwburg
• de toeschouwer
• de verhouding
• vertrouwen

afspraak 14 weetwoord pijl en boog

groep 5:
• aanwijzen
• altijd
• de azijn
• bevrijden
• het bewijs
• de bladzijde
• de boerderij
• dikwijls
• het gordijn
• ijverig
• knijpen
• lijden (pijn)
• de partij
• rijden
• de rijst
• slijpen
• de strijd
• het tapijt
• terwijl
• de vijand

groep 6:
• de bakkerij
• de bijbel
• drijven
• gijzelen
• hijgen
• hijsen
• de ijdeltuit
• het ijzer
• kwijt
• het medelijden
• nijdig
• het ontbijt
• het schilderij
• stijf
• strijken
• twijfelen
• verslijten
• de wijzer
• de woestijn

afspraak 15 weetwoord fiets

groep 5:
• de fabriek
• de familie
• de fantasie
• februari
• fel
• ferm
• de/het figuur
• het fluweel
• de fontein
• foppen
• Frankrijk
• Friesland

groep 6:
• de fanfare
• feitelijk
• de file
• de finale
• flets
• fluisteren
• het formulier
• de fotograaf
• de framboos
• fronsen
• de fuif
• futloos
• de luifel
• de stoffer
• de telefoon

afspraak 16 weetwoord sok

groep 5:
• het asiel
• het deksel
• de hersens
• morsen
• het museum
• de sabel
• september
• de serie
• sjoelen
• de sul
• de televisie
• de visite
• vreselijk

groep 6:
• de bloesem
• fatsoenlijk
• fronsen
• hijsen
• huiselijk
• de insecten
• de kousen
• krijsen
• de kruisen
• onszelf
• het personeel
• de polsen
• de prinsen
• het resultaat
• de salamander
• het salaris
• het seizoen
• sober
• de universiteit

afspraak 17 regelwoorden zo,zee

Regel:
Als je aan het eind van een klankstuk een klinker hoort, schrijf je hem met één letter, behalve bij ee achteraan, want die blijft met 2 letters staan.

• bijna
• daarmee
• gedwee
• hiermee
• het idee
• nu
• de sla
• de slee
• de snee
• het stro
• de tree
• twee
• weldra
• zo

afspraak 18 regelwoorden petten, rokken

regel:
Als ik aan het eind van een klankstuk een korte klinker hoor, ga ik bij het volgende klank stuk met 2 dezelf de medeklinkers door.

• bestellen
• de emmer
• getrokken
• hebben
• jullie
• de klappen
• klikken
• de klokken
• de koffie
• de krabben
• kunnen
• het lammetje
• het midden
• het nummer
• de ongelukken
• plakken
• de ribben
• de schipper
• smalle
• de spullen
• de takken
• trekken
• de trimmers
• de troggen
• vullen

afspraak 19 regelwoorden ramen, muren

regel:
Als ik aan het eind van een klankstuk een lange klinker hoor, gebruik ik daar maar 1 letter voor.

• de bospaden
• dromen
• even
• geboren
• de grootvader
• halen
• de kleren
• de knopen
• de kralen
• het monument
• de naden
• negen
• de negers
• de pianist
• plagen
• het publiek
• regelmatig
• de rozen
• steken
• de tegels
• de telefoon
• het telefoonboek
• de toren
• de uren
• verteren
• de zomer

afspraak 20 regelwoord hoofdletter

regels:
Elke zin begint met een hoofdletter.
De voor- en achternaam van iemand beginnen met een hoofdletter.
Namen uit de aardrijkskunde beginnen met een hoofdletter.
Titels van personen beginnen met een hoofdletter.

Begin van de zin
• Dat is goed.
• We gaan weg.

Voor- en achternaam
• Geurts
• Hiltrop
• Oostveen
• Sloet
• Stoop

Namen uit de Aardrijkskunde
• Asterstraat
• Bloemstraat
• Duitsland
• Grebbeberg
• Haarlem
• Kerkstraat
• Nederland
• Noordzee
• Pietersberg
• Staphorst
• Tulpstraat
• Waal
• Zwitserland

afspraak 21 net als twintig

• akelig
• droevig
• dromerig
• griezelig
• gunstig
• handig
• keurig
• lenig
• nodig
• rustig

afspraak 22 net als vrolijk

• duidelijk
• eindelijk
• hartelijk
• heerlijk
• mogelijk
• sierlijk
• tamelijk
• vreselijk
• vrolijk
• wonderlijk

afspraak 23 net als suiker, deksel

er
• de dokter
• de kelder
• de koster
• liever
• de panter
• ploeter
• de slager
• de stuiver
• het water
• zonder

el
• de appel
• het deksel
• de drempel
• kreupel
• de kruimel
• de rommel
• de spiegel
• het stempel
• struikel
• de tegel

afspraak 24 net als kinderen, mazelen, tekenen

eren
• bewonderen
• gisteren
• kalveren
• kinderen
• timmeren

elen
• bedelen
• borstelen
• regelen
• stapelen
• struikelen

enen
• openen
• ordenen
• regenen
• rekenen
• tekenen

afspraak 25 net als snelheid

• de aardigheid
• de bezigheid
• de dwaasheid
• de gelegenheid
• de lafheid
• de schoonheid
• de snelheid
• de veiligheid
• de vrijheid
• de waarheid

afspraak 26 weetwoord kachel

groep 5:
• ach
• de bochel
• de echo
• giechelen
• de huichelaar
• het jochie
• juichen
• de kachel
• kuchen
• lachen
• het lichaam
• och
• de pech
• de richel
• toch
• zich

groep 6
• belachelijk
• glimlachen
• de goochelaar
• lichamelijk
• pochen

afspraak 27 weetwoord camping (c = k)

groep 5:
• de actie
• actief
• de bioscoop
• de camping
• de clown
• de club
• compleet
• het contact
• controleren
• het dictee
• direct
• de locomotief
• het project
• de reclame
• de seconde

groep 6:
• de cafetaria
• de camera
• Canada
• de caravan
• de cavia
• de computer
• creatief
• de postcode

afspraak 28 weetwoord cent (c = s)

groep 5:
• de ceintuur
• de cel
• de cent
• centraal
• het centrum
• het cijfer
• het circus
• feliciteren
• precies
• speciaal

groep 6:
• de cello
• de/het cement
• de centimeter
• de centrifuge
• de cirkel
• de citroen
• het concert
• de decimeter
• de oceaan

afspraak 29 weetwoord afkortingen

groep 5:
• a.s.= aanstaande
• bijv.= bijvoorbeeld
• blz.= bladzijde
• cd = compact disc
• cm = centimeter
• dm = decimeter
• d.w.z.= dat wil zeggen
• enz.= enzovoort
• km = kilometer
• elpee = langspeelplaat
• mm = millimeter
• N.H.= Nederlands Hervormd
• n.l.= namelijk
• r.k.= rooms-katholiek
• tv = televisie

groep 6:
• afz.= afzender
• a.u.b.= alstublieft
• b.g.g.= bij geen gehoor
• GGD = gemeentelijke geneeskundige dienst
• havo = hoger algemeen voortgezet onderwijs
• i.p.v.= in plaats van
• kg = kilogram
• vbo = voorbereidend beroepsonderwijs
• mavo = middelbaar algemeen voortgezet onderwijs
• n.a.v.= naar aanleiding van
• o.l.v.= onder leiding van
• opp.= oppervlakte
• t.z.t.= te zijner tijd
• V.S.= Verenigde Staten
• w.a.= wettelijke aansprakelijkheid
• z.o.z.= zie ommezijde

afspraak 30 weetwoord thee

groep 5:
• de apotheek
• de bibliotheek
• de methode
• het theater
• thans
• de thee
• Theo
• de thermometer
• Thomas
• thuis

afspraak 31 regelwoord acht

regel:
Na een korte klinker schrijf je niet gt, maar
cht, behalve bij hij legt, hij ligt en hij zegt.

• het bericht
• de bocht
• dacht
• de dichter
• de dochter
• echt
• de nicht
• slecht
• de specht
• de verlichting
• de vlucht
• de vracht
• de vruchten
• zacht(e)

afspraak 32 regelwoord hoed

regel:
Door het woord langer te maken hoor ik een d of een t: hoed – hoeden, pet – petten.
Dit geldt niet bij een persoonsvorm.
• het beeld
• bekend
• het blad
• de broodschaal
• de bruid
• geboeid
• de held
• honderd
• stond
• strand
• verkeerd
• vreemd
• de wedstrijd

afspraak 33 regelwoorden baas/bazen, dief/dieven

regel 1:
Als je het meervoud maakt van een woord, dat eindigt op een lange klinker + s, verandert de s in een z. Dat gebeurt ook bij
woorden die eindigen op -oes, -uis, -ies, -eus en -ijs, behalve bij kruisen.

• de doos/dozen
• de kaas/kazen
• de kies/kiezen
• de luis/luizen
• de matroos/matrozen
• de mees/mezen
• de neus/neuzen
• de poes/poezen
• de prijs/prijzen
• de sluis/sluizen

regel 2:
Als je het meervoud maakt van een woord dat eindigt met een f, verandert de f in een v, behalve bij fotografen, smurfen en surfen.

• beloof/beloven
• de brief/brieven
• de druif/druiven
• de kluif/kluiven
• de neef/neven
• schrijf/schrijven
• de schroef/schroeven
• de slurf/slurven
• de staaf/staven

afspraak 34 net als vakantie

• de advertentie
• de garantie
• de informatie
• de operatie
• de politie
• de portie
• de prestaties
• de redactie
• de revolutie
• de situatie

afspraak 35 net als horloge

• de asperge
• de bagage
• de centrifuge
• de energie
• de etalage
• de garage
• het genie
• het horloge
• logeren
• de manege
• de passagier
• de plantage
• de vitrage

afspraak 36 regelwoorden zingt, zinkt

regel:
Wordt de persoonsvorm met ngt of nkt geschreven? Het meervoud zal het antwoord geven.

ngt
• zij behangt(behangen)
• hij brengt(brengen)
• zij dringt(dringen)
• hij hangt(hangen)
• zij mengt(mengen)
• hij ontvangt(ontvangen)
• zij springt(springen
• hij verlangt(verlangen)
• zij verlengt(verlengen)

nkt
• hij bedankt(bedanken)
• zij blinkt(blinken)
• hij bonkt(bonken)
• zij drinkt(drinken)
• hij hinkt(hinken)
• zij jankt(janken)
• hij klinkt(klinken)
• zij stinkt(stinken)
• hij verdrinkt(verdrinken)
• zij zinkt(zinken)

afspraak 37 regelwoorden minuut, gieter

regel:
De lange klinker ie krijgt aan het eind van de lettergreep meestal gezelschap van de letter e als daarna een stomme lettergreep volgt. Ook aan het eind van een woord volgt de letter e, maar de maanden doen daar niet aan mee.

• de diamant
• de dirigent
• de finale
• de muzikanten
• de piloot
• het riool

• de fabrieken
• genieten
• liever
• de mierenhoop
• de spieren

• de energie
• de familie
• de melodie
• de olie
• de spinazie

• februari
• januari
• juni
• juli