| afspraak 1 |
schrijf wat je hoort
• bergtop
• de bloemkoolplant
• de duikbril
• de kermiskraam
• de koolmees
• het kruispunt
• de marktkoopman
• de omslagdoek
• de puntmuts
• de sportkrant
• de spuitbusdop
• het stembiljet
• de storm
• de wesp
• de worst
|
|
|
| afspraak 2 |
net als veer, deur, oor eer
• leert
• de meneer
• de smeerpoets
• smeer(t)
• het verkeer
• de weerkaart
eur
• de beurt
• het deurslot
• de geur
• de kleur
• de kleurstift
• de monteur
• speuren
oor
• de geboorte
• de schoorsteen
• de spoorweg
• stoor(t)
• de voorkant |
|
|
| afspraak 3 |
net als maai, kooi, roei
aai
• draai(t)
• kraait
• het lawaai
• de naaidoos
• waait
• zwaai(t)
ooi
• de fooi
• de hooiberg
• de kooi
• mooi(e)
• nooit
• de prooi
oei
• bloei(t)
• groei(t)
• knoei(t)
• de moeite
• de roeiboot
• snoei(t)
• sproei(t)
|
|
|
| afspraak 4 |
net als school
• geschreven
• de schaal
• de schaats
• de schaatsers
• de scheerzeep
• het schrijfschrift
• de schroef
• schuilen
• de schurk
|
|
|
| afspraak 5 |
net als ring, bank
ng
• de hengel
• de ingang
• de jongen
• de kring
• langs
• springen
• de sprong
• de stang
nk
• dankbaar
• donker
• de duikplank
• flink
• links
• ronken
• de vonk
• de winkel
|
|
|
| afspraak 6 |
net als leeuw, nieuw
eeuw
• de eeuw(en)
• geeuwen
• geschreeuw
• de leeuw(en)
• schreeuwen
• de sneeuw
• de sneeuwpop
• de spreeuw(en)
ieuw
• de kieuw(en)
• nieuw(e)
• de nieuwjaarskaart
• nieuws
• de nieuwsdienst
• nieuwsgierig
|
|
|
| afspraak 7 |
net als maaien, kooien roeien
aaien
• draaien
• haaien
• kraaien
• maaien
• zwaaien
ooien
• gooien
• kooien
• prooien
• strooien
• vlooien
oeien
• bemoeien
• gloeiende
• groeien
• knoeien
• sproeien
• stoeien
|
|
|
| afspraak 8 |
net als gesprek, begin, verhaal
ge
• het gebouw
• gekregen]
• gemaakt
• genoeg
• het gesprek
• het gevaar
ge
• begint
• het beleg
• het beschuit
• gespreken
• betaal(t)
• het bevel
ver
• veranderen
• de versgissing
• de verjaardag
• het verkeer
• het verslag
• vertellen |
|
|
| afspraak 9 |
weetwoord de kip en het ei
groep 5:
• allebei
• de arbeider
• bereiken
• eigenlijk
• het geheim
• heilig
• de kapitein
• het karwei
• de pleister
• de reiger
• de reiziger
• het sein
• veilig
• weigeren
• weinig
groep 6:
• de afleiding
• allerlei
• de beitel
• breien
• de dweil
• eindelijk
• de fontein
• geleidelijk
• de inleiding
• oneindig
• de scheidsrechter
• treiteren
|
|
|
| afspraak 10 |
weetwoord blauw
groep 5:
• het applaus
• grauw
• nauw
• de rauwkost
• het restaurant
• de wenkbrauw
|
|
|
| afspraak 11 |
weetwoord voet
groep 5:
• de avond
• het bevel
• het gevoel
• de heuvel
• november
• de rivier
• de snavel
• stevig
• de vaart
• veertig
• vijftig
• de vijver
• de viool
• de visite
• de vorm
• de vrede
• de vreugde
• vrolijk
• het zilver
groep 6:
• de advertentie
• het avontuur
• de belevenis
• de gevangenis
• hevig
• de lieveling
• proeven
• de revolver
• het servies
• tevreden
• het varken
• het venster
• de video
• de vlinder
• voldoende
• de vulkaan
• zuiver
|
|
|
| afspraak 12 |
weetwoord zon
groep 5:
• zacht
• het zadel
• de zakdoek
• de/het zegel
• zeldzaam
• de zenuw
• zestien
• zestig
• zeuren
• de zigeuner
• het zilver
• zinken
• de zolder
• de zonde
• zover
• zuchten
• het zuiden
• de zwaluw
• de zweep
• de zweer
groep 6:
• de bezem
• bezeren
• bezet
• dezelfde
• gezellig
• de kiezelsteen
• treuzelen
• de verzekering
• de zijstraat
• zindelijk
• zorgvuldig
• de zwager
|
|
|
| afspraak 13 |
weetwoord touw
groep 5:
• eenvoudig
• de inhoud
• de juffrouw
• de landbouw
• het meervoud
• het oerwoud
• onthouden
• ouderwets
• de penhouder
• sjouwen
• uithouden
• vouwengroep 6:
• behouden
• betrouwbaar
• het enkelvoud
• de houding
• onophoudelijk
• de rouwkaart
• de schouwburg
• de toeschouwer
• de verhouding
• vertrouwen
|
|
|
| afspraak 14 |
weetwoord pijl en boog
groep 5:
• aanwijzen
• altijd
• de azijn
• bevrijden
• het bewijs
• de bladzijde
• de boerderij
• dikwijls
• het gordijn
• ijverig
• knijpen
• lijden (pijn)
• de partij
• rijden
• de rijst
• slijpen
• de strijd
• het tapijt
• terwijl
• de vijand
groep 6:
• de bakkerij
• de bijbel
• drijven
• gijzelen
• hijgen
• hijsen
• de ijdeltuit
• het ijzer
• kwijt
• het medelijden
• nijdig
• het ontbijt
• het schilderij
• stijf
• strijken
• twijfelen
• verslijten
• de wijzer
• de woestijn
|
|
|
| afspraak 15 |
weetwoord fiets
groep 5:
• de fabriek
• de familie
• de fantasie
• februari
• fel
• ferm
• de/het figuur
• het fluweel
• de fontein
• foppen
• Frankrijk
• Friesland
groep 6:
• de fanfare
• feitelijk
• de file
• de finale
• flets
• fluisteren
• het formulier
• de fotograaf
• de framboos
• fronsen
• de fuif
• futloos
• de luifel
• de stoffer
• de telefoon
|
|
|
| afspraak 16 |
weetwoord sok
groep 5:
• het asiel
• het deksel
• de hersens
• morsen
• het museum
• de sabel
• september
• de serie
• sjoelen
• de sul
• de televisie
• de visite
• vreselijk
groep 6:
• de bloesem
• fatsoenlijk
• fronsen
• hijsen
• huiselijk
• de insecten
• de kousen
• krijsen
• de kruisen
• onszelf
• het personeel
• de polsen
• de prinsen
• het resultaat
• de salamander
• het salaris
• het seizoen
• sober
• de universiteit
|
|
|
| afspraak 17 |
regelwoorden zo,zee
Regel:
Als je aan het eind van een klankstuk een klinker hoort, schrijf je hem met één letter, behalve bij ee achteraan, want die blijft met 2 letters staan.
• bijna
• daarmee
• gedwee
• hiermee
• het idee
• nu
• de sla
• de slee
• de snee
• het stro
• de tree
• twee
• weldra
• zo
|
|
|
| afspraak 18 |
regelwoorden petten, rokken
regel:
Als ik aan het eind van een klankstuk een korte klinker hoor, ga ik bij het volgende klank stuk met 2 dezelf de medeklinkers door.
• bestellen
• de emmer
• getrokken
• hebben
• jullie
• de klappen
• klikken
• de klokken
• de koffie
• de krabben
• kunnen
• het lammetje
• het midden
• het nummer
• de ongelukken
• plakken
• de ribben
• de schipper
• smalle
• de spullen
• de takken
• trekken
• de trimmers
• de troggen
• vullen
|
|
|
| afspraak 19 |
regelwoorden ramen, muren
regel:
Als ik aan het eind van een klankstuk een lange klinker hoor, gebruik ik daar maar 1 letter voor.
• de bospaden
• dromen
• even
• geboren
• de grootvader
• halen
• de kleren
• de knopen
• de kralen
• het monument
• de naden
• negen
• de negers
• de pianist
• plagen
• het publiek
• regelmatig
• de rozen
• steken
• de tegels
• de telefoon
• het telefoonboek
• de toren
• de uren
• verteren
• de zomer
|
|
|
| afspraak 20 |
regelwoord hoofdletter
regels:
Elke zin begint met een hoofdletter.
De voor- en achternaam van iemand beginnen met een hoofdletter.
Namen uit de aardrijkskunde beginnen met een hoofdletter.
Titels van personen beginnen met een hoofdletter.
Begin van de zin
• Dat is goed.
• We gaan weg.
Voor- en achternaam
• Geurts
• Hiltrop
• Oostveen
• Sloet
• Stoop
Namen uit de Aardrijkskunde
• Asterstraat
• Bloemstraat
• Duitsland
• Grebbeberg
• Haarlem
• Kerkstraat
• Nederland
• Noordzee
• Pietersberg
• Staphorst
• Tulpstraat
• Waal
• Zwitserland |
|
|
| afspraak 21 |
net als twintig
• akelig
• droevig
• dromerig
• griezelig
• gunstig
• handig
• keurig
• lenig
• nodig
• rustig
|
|
|
| afspraak 22 |
net als vrolijk
• duidelijk
• eindelijk
• hartelijk
• heerlijk
• mogelijk
• sierlijk
• tamelijk
• vreselijk
• vrolijk
• wonderlijk
|
|
|
| afspraak 23 |
net als suiker, deksel
er
• de dokter
• de kelder
• de koster
• liever
• de panter
• ploeter
• de slager
• de stuiver
• het water
• zonder
el
• de appel
• het deksel
• de drempel
• kreupel
• de kruimel
• de rommel
• de spiegel
• het stempel
• struikel
• de tegel
|
|
|
| afspraak 24 |
net als kinderen, mazelen, tekenen
eren
• bewonderen
• gisteren
• kalveren
• kinderen
• timmeren
elen
• bedelen
• borstelen
• regelen
• stapelen
• struikelen
enen
• openen
• ordenen
• regenen
• rekenen
• tekenen
|
|
|
| afspraak 25 |
net als snelheid
• de aardigheid
• de bezigheid
• de dwaasheid
• de gelegenheid
• de lafheid
• de schoonheid
• de snelheid
• de veiligheid
• de vrijheid
• de waarheid
|
|
|
| afspraak 26 |
weetwoord kachel
groep 5:
• ach
• de bochel
• de echo
• giechelen
• de huichelaar
• het jochie
• juichen
• de kachel
• kuchen
• lachen
• het lichaam
• och
• de pech
• de richel
• toch
• zich
groep 6
• belachelijk
• glimlachen
• de goochelaar
• lichamelijk
• pochen
|
|
|
| afspraak 27 |
weetwoord camping (c = k)
groep 5:
• de actie
• actief
• de bioscoop
• de camping
• de clown
• de club
• compleet
• het contact
• controleren
• het dictee
• direct
• de locomotief
• het project
• de reclame
• de seconde
groep 6:
• de cafetaria
• de camera
• Canada
• de caravan
• de cavia
• de computer
• creatief
• de postcode
|
|
|
| afspraak 28 |
weetwoord cent (c = s)
groep 5:
• de ceintuur
• de cel
• de cent
• centraal
• het centrum
• het cijfer
• het circus
• feliciteren
• precies
• speciaal
groep 6:
• de cello
• de/het cement
• de centimeter
• de centrifuge
• de cirkel
• de citroen
• het concert
• de decimeter
• de oceaan
|
|
|
| afspraak 29 |
weetwoord afkortingen
groep 5:
• a.s.= aanstaande
• bijv.= bijvoorbeeld
• blz.= bladzijde
• cd = compact disc
• cm = centimeter
• dm = decimeter
• d.w.z.= dat wil zeggen
• enz.= enzovoort
• km = kilometer
• elpee = langspeelplaat
• mm = millimeter
• N.H.= Nederlands Hervormd
• n.l.= namelijk
• r.k.= rooms-katholiek
• tv = televisie
groep 6:
• afz.= afzender
• a.u.b.= alstublieft
• b.g.g.= bij geen gehoor
• GGD = gemeentelijke geneeskundige dienst
• havo = hoger algemeen voortgezet onderwijs
• i.p.v.= in plaats van
• kg = kilogram
• vbo = voorbereidend beroepsonderwijs
• mavo = middelbaar algemeen voortgezet onderwijs
• n.a.v.= naar aanleiding van
• o.l.v.= onder leiding van
• opp.= oppervlakte
• t.z.t.= te zijner tijd
• V.S.= Verenigde Staten
• w.a.= wettelijke aansprakelijkheid
• z.o.z.= zie ommezijde |
|
|
| afspraak 30 |
weetwoord thee
groep 5:
• de apotheek
• de bibliotheek
• de methode
• het theater
• thans
• de thee
• Theo
• de thermometer
• Thomas
• thuis
|
|
|
| afspraak 31 |
regelwoord acht
regel:
Na een korte klinker schrijf je niet gt, maar
cht, behalve bij hij legt, hij ligt en hij zegt.
• het bericht
• de bocht
• dacht
• de dichter
• de dochter
• echt
• de nicht
• slecht
• de specht
• de verlichting
• de vlucht
• de vracht
• de vruchten
• zacht(e)
|
|
|
| afspraak 32 |
regelwoord hoed
regel:
Door het woord langer te maken hoor ik een d of een t: hoed – hoeden, pet – petten.
Dit geldt niet bij een persoonsvorm.• het beeld
• bekend
• het blad
• de broodschaal
• de bruid
• geboeid
• de held
• honderd
• stond
• strand
• verkeerd
• vreemd
• de wedstrijd
|
|
|
| afspraak 33 |
regelwoorden baas/bazen, dief/dieven
regel 1:
Als je het meervoud maakt van een woord, dat eindigt op een lange klinker + s, verandert de s in een z. Dat gebeurt ook bij
woorden die eindigen op -oes, -uis, -ies, -eus en -ijs, behalve bij kruisen.
• de doos/dozen
• de kaas/kazen
• de kies/kiezen
• de luis/luizen
• de matroos/matrozen
• de mees/mezen
• de neus/neuzen
• de poes/poezen
• de prijs/prijzen
• de sluis/sluizen
regel 2:
Als je het meervoud maakt van een woord dat eindigt met een f, verandert de f in een v, behalve bij fotografen, smurfen en surfen.
• beloof/beloven
• de brief/brieven
• de druif/druiven
• de kluif/kluiven
• de neef/neven
• schrijf/schrijven
• de schroef/schroeven
• de slurf/slurven
• de staaf/staven
|
|
|
| afspraak 34 |
net als vakantie
• de advertentie
• de garantie
• de informatie
• de operatie
• de politie
• de portie
• de prestaties
• de redactie
• de revolutie
• de situatie |
|
|
| afspraak 35 |
net als horloge
• de asperge
• de bagage
• de centrifuge
• de energie
• de etalage
• de garage
• het genie
• het horloge
• logeren
• de manege
• de passagier
• de plantage
• de vitrage |
|
|
| afspraak 36 |
regelwoorden zingt, zinkt
regel:
Wordt de persoonsvorm met ngt of nkt geschreven? Het meervoud zal het antwoord geven.
ngt
• zij behangt(behangen)
• hij brengt(brengen)
• zij dringt(dringen)
• hij hangt(hangen)
• zij mengt(mengen)
• hij ontvangt(ontvangen)
• zij springt(springen
• hij verlangt(verlangen)
• zij verlengt(verlengen)
nkt
• hij bedankt(bedanken)
• zij blinkt(blinken)
• hij bonkt(bonken)
• zij drinkt(drinken)
• hij hinkt(hinken)
• zij jankt(janken)
• hij klinkt(klinken)
• zij stinkt(stinken)
• hij verdrinkt(verdrinken)
• zij zinkt(zinken) |
|
|
| afspraak 37 |
regelwoorden minuut, gieter
regel:
De lange klinker ie krijgt aan het eind van de lettergreep meestal gezelschap van de letter e als daarna een stomme lettergreep volgt. Ook aan het eind van een woord volgt de letter e, maar de maanden doen daar niet aan mee.
• de diamant
• de dirigent
• de finale
• de muzikanten
• de piloot
• het riool
• de fabrieken
• genieten
• liever
• de mierenhoop
• de spieren
• de energie
• de familie
• de melodie
• de olie
• de spinazie
• februari
• januari
• juni
• juli |
|
|
|
Laatste reacties